Mikael Timm: Ingmar Bergman. De Lust en de Demonen
- Boekinfo
- Flaptekst
- Recensies
Boekinfo
Oorspronkelijke titel: Lusten och Dämonerna. Boken om Bergman, 2008
Vertaling: Ron Bezemer, 2009
Uitgever: de Rode Kamer
ISBN-10: 90-78124-24-5
ISBN-13: 978-90-78124-24-5
Flaptekst

De Zweedse kunstenaar Ingmar Bergman was uniek: een van de grootse cineasten van onze tijd, een briljant toneel- en filmregisseur en geliefd schrijver. In zijn zestigjarige loopbaan maakte hij films in alle denkbare genres en stijlen. Hij filmde de dood en echtelijke ruzies, neuroses en verliefdheden, verkouden dominees en mooie vrouwen - steeds met diezelfde, alles verslindende intensitieit.
Veel van zijn latere films verwijzen naar zijn eigen, turbulente leven, zijn huwelijken en talrijke affaires. Hij trouwde vijf keer en had negen kinderen. Hij had ook kinderen buiten het huwelijk - onder meer met de actrice Liv Ullman. Ingmar Bergman was goedlachs en ernstig, genereus en veeleisend, eerlijk en manipulatief, teruggetrokken en sociaal. Een man vol tegenstrijdigheden.
Dit boek is het portret van een man via zijn werk. Mikael Timm heeft uren met Bergman gesproken over zijn werk en zijn leven, zijn passies, onzekerheid en angst. Daarnaast heeft hij duizenden pagina's met dagboekaantekeningen en manuscripten gelezen. Uit deze biografie komt het beeld naar voren van een een veelzijdig kunstenaar die zijn leven lang koortsachtig in beweging is geweest.
Recensies
- Totale aanwezigheid in het beeld - Bor Beekman, de Volkskrant, 09-10-2009
- Ingmar Bergman - De lust en de de demonen - Nils Petter Sundgren, Expressen, 28-04-2008
Expressen, 28-04-2008
De oude Ingmar Bergman dacht dat er na zijn dood nog een leven zou komen waarin hij met zijn geliefde Ingrid herenigd zou worden. Als hij gelijk heeft gehad en er bovendien aan andere zijde ook boeken beschikbaar zijn, moet Bergman zeker tevreden zijn geweest over Mikael Timms biografie: Ingmar Bergman – De lust en de demonen.
Timm is een intelligent, veelzijdig en goed schrijver die zijn teksten vaak voorziet van ironisch
commentaar. Een ambitieuze en loyale biograaf die op detailpunten sceptisch kan zijn, maar die bij Bergman als kunstenaar of als mens zelden vraagtekens plaatst. Ingmar Bergman - De lust en de demonen geeft de lezer een gedetailleerd en goed gedocumenteerd beeld van Bergmans leven. Het leukst om te lezen is de beschrijving van zijn jeugdjaren, waar het Bergmanarchief ons een brutale en vrolijke jongeman laat zien die binnen de toenmalige Zweedse toneel- en filmwereld als een bezetene tekeer gaat. Mocht ik in mijn jeugd ooit een idool hebben gehad, dan was het zeker Bergman.
Ingmar Bergman was een manische controlfreak. Hij ensceneerde niet alleen zijn eigen leven en werk, maar ook dat van de mensen om hem heen. Zelfs zijn nagedachtenis heeft hij grondig geregeld. Dat laatste deed hij door kort voor zijn overlijden een paar containers met documentatiemateriaal naar Svenska Filminstitutet en enkele onderzoekers te sturen. Bergman bepaalde zelf wat het nageslacht over hem mocht weten.
Mikael Timm heeft lang aan deze biografie gewerkt. Hij hoorde tot de eerste die toegang kregen tot het Bergmanarchief en hij was de laatste van de grote Bergmaninterviewers. Zijn boek had ”Mijn laatste snik” kunnen heten, tenminste als die titel niet al door Louis Buñuel in beslag was genomen.
Veel van het materiaal in het boek is afkomstig uit lange interviews. In de laatste jaren van Bergmans leven was de telefoon zijn verbindingslijn met de wereld. Met zijn telefoonvrienden voerde hij graag lange en enthousiaste gesprekken. Meer interviews met medewerkers en vrienden hadden het beeld van Bergman in deze levensfase kunnen nuanceren. Het verhaal van Timm glijdt heen en weer tussen verschillende bronnen en af en toe is het moeilijk vast te stellen wat waarvandaan komt. Een deel van Bergmans woorden uit die tijd, geuit via de telefoon, moeten we wellicht met een korrel zou nemen.
In Ingmar Bergman - De lust en de demonen ontbreekt het niet aan distantie, misschien wel aan wat scherpe kanten. Bergman werd in zijn jeugd immers als een herrieschopper gezien en in zijn nadagen misschien niet als heilige, maar wel als een wijze oude man in het milde licht van de zonsondergang op Fårö. In zijn laatste jaren had hij met Oscar Wilde kunnen zeggen dat hij geen enkele warme persoonlijke vijand meer had. Die vijanden waren of dood, of ook zij hadden hun scherpe tanden verloren en waren verzoeningsgezind geworden.
Ingmar Bergman had een uitzonderlijk sterke persoonlijke uitstraling. Het was moeilijk om in zijn aanwezigheid niet verleid te worden. Hij kon een enorme enthousiasme aan de dag leggen dat ervoor zorgde dat mensen in zijn omgeving zich opgetild voelde. Niet alleen acteurs overtroffen daardoor zichzelf, maar ook journalisten. Als Ingmar Bergman zich liet interviewen, maakte hij er een feest van – niet zozeer uit de wil tot behagen, maar uit nieuwsgierigheid. Hij stelde bijna net zoveel vragen als er aan hem gesteld werden en hij hield van roddels, waarvan hij wist dat het een journalistiek specialisme is.
Bergman had ook donkere kanten. In zijn films kwamen vaak wrede scènes voor, niet in het minst tussen man en vrouw. Timm laat de lezer de achtergronden ervan zien, afkomstig uit Bergmans eigen leven. Het destructieve was nooit ver weg.
Tegenover zijn medewerkers kon hij zich soms afschuwelijk gedragen. Timm vertelt hoe Bergman tijdens de opnames van De avondmaalsgasten Gunnar Björnstrand bewust in de waan liet dat hij een ongeneeslijke ziekte had omdat hij er in de film ”lijdend” moest uitzien. Maar Timm schrijft over die boevenstreek zonder te protesteren.
Bergman had het vaak over zijn ”pedagogische woedeaanvallen” zoals hij ze noemde. Zelf ben ik daar nooit het slachtoffer van geworden – integendeel, hij was altijd vriendelijk tegen me. Maar toen ik een paar tv-reportages maakte van toneelrepetities in Dramaten, ben ik wel een paar keer getuige geweest van zijn talent om anderen te vernederen. Beide keren begon Bergman vloekend te schreeuwen tegen de volstrekt onschuldige cameraman. Een paar minuten daarna maakten ze het weer goed en omhelsden elkaar. Vervolgens verliep het werk voortreffelijk, nadat Bergman dus duidelijk had laten zien wie de baas was. Ik denk nog vaak aan dat voorval, hoewel ik natuurlijk behoor te weten dat een groot kunstenaar niet per definitie een groot mens is.
Zijn behoefte om alles onder controle te hebben en te houden had manische trekjes en hij was extreem jaloers. In zijn rijk wenste Bergman koning te zijn, Zo wilde hij weten wat zijn acteurs in hun vrije tijd deden en ging hij de gangen na van de vrouwen die hij verlaten had. Hij wilde met iedere ex bevriend blijven en het liefst ook hun nieuwe partner goedkeuren.
Timm onderneemt geen pogingen het gedrag van deze controlfreak te verklaren. Hij onthoudt zich überhaupt van elk gepsychologiseer en laat het aan anderen over om Freud en Jung op Bergman los te laten. Verbazingwekkender echter is dat in zijn boek zo weinig aandacht is voor de religieus-existentiële dimensie van Bergmans werk.
De lust en de demonen gaat dus minder over filosofie, speculaties en religie, maar des te meer over Bergmans privéleven, zijn films en zijn toneelvoorstellingen. Als iemand al gedacht mocht hebben dat Bergman een idealist was die rondliep met zijn hoofd in de wolken, dan helpt Timm hem of haar uit de droom. Bergman zei weliswaar dat de filmindustrie een prostitutie- en slagersbranche was – of ”een oude callgirl; we hebben het prima samen” – maar hij had niets tegen louche gezelschap, in elk geval niet in zijn films, waar zijn sympathie overduidelijk uitgaat naar hoeren, goochelaars, clowns, circusartiesten en andere asociale types.
En zijn demonen dan? Soms vraag ik me af of het met Bergman niet net zo was als met Strindberg in de interpretatie van Lagercrantz: dat hij zijn leven zo arrangeerde dat het kunst kon worden. Was het wellicht Bergman zelf die zijn demonen aanstuurde in plaats van andersom?
Mikael Timm wijst op Bergmans voortdurend onrust, zijn continu weigeren stil te blijven staan bij behaalde successen of vast te houden aan eenmaal gekozen richtingen of thema’s. Daarin leek hij in niets op andere ouder wordende kunstenaars, wellicht Picasso uitgezonderd. Juist die eeuwige creatieve onrust heeft ervoor gezorgd dat zijn latere films even interessant en onrustbarend zijn als die uit zijn jonge jaren. Daardoor is Bergman ook nooit een etiket geworden: geen revolutionair, geen piekeraar of entertainer en evenmin een verkoper van spirituele hotdogs.
Vertaling Ron Bezemer

