homepage > zweden > Inger Edelfeldt > boektitel

Inger Edelfeldt: Konijnenhemel en andere wonderbaarlijke verhalen

  • Boekinfo
  • Flaptekst
  • Recensies

Boekinfo

Oorspronkelijke titel: Den förunderliga kameleonten, 1995
Vertaling: Petra Broomans en Elina van der Heijden, 2006
Uitgever: Wilde Aardbeien
ISBN-10: 90-76905-20-7
ISBN-13: 978-90-76905-20-49076905207 / 9789076905204

Flaptekst

‘Het werk van Edelfeldt wordt daarom wel eens beschreven als een mengeling van Astrid Lindgren en Franz Kafka. De metamorfose […] kan ook worden gelezen als het protest van een jonge vrouw tegen de verwachtingen die haar vriend en moeder van haar hebben. Ze weigert, net als Pippi Langkous, om het stereotype beeld dat de maatschappij van meisjes en vrouwen heeft te bevestigen en vlucht in de identiteit van een dier.’

'De onaangepaste onvolwassen persoonlijkheid lijkt in het meest recente oeuvre van Inger Edelfeldt een constante te zijn. De waanzin lijkt toch doorgebroken, de rouw om het verlies van een dierbare blijft onverwerkt, de personages zijn niet langer jong en mooi, maar blijven wel steken in de puberteit. Ze blijven in hun leven, hun ‘modderhaven’ liggen en een andere wereld (Mars!) blijft onbereikbaar. Magistraal blijft Edelfeldts vermogen om in de huid van haar personages te kruipen. De spiegels die Edelfeldt voorhoudt en waarin het ouder wordende gezicht van de onvolkomen mens de lezer aanstaart, kan niet anders dan confronterend zijn.’ (Petra Broomans in het nawoord)

De bundel bevat verhalen uit Den förunderliga kameleonten en Rit.

Uit Rit zijn afkomstig:
- Uppe på hygget (op de kaalslag)
- Sommar (Zomer)
- För Marie Claire (Voor Marie Claire)
- Natur (Natuur)
- Bibbedi Babbedi (Bibbedi Babbedi)
- Spöken (Spoken)

Uit Den förunderliga kameleonten komen:
- Kaninnernas himmel (Konijnenhemel)
- Rovdjursvinden (Roofdierwind)
- Skönheten och odjuret (Belle en het beest)
- Silver (Zilver)
- Utflykt (Uitstapje)
- Ett obeboeligt hus (Een onbewoonbaar huis)
- Den förunderliga kameleonten (De wonderbaarlijke kameleon).

De bundel wordt afgesloten met een nawoord van Petra Broomans en is rechtstreeks te bestellen bij de uitgever www.wildeaardbeien.nl

Recensies

  • Getroebleerde vrouwen - Coen Peppelenbos, Leeuwarder Courant, 22-09-2006
  • Nawoord bij Konijnenhemel - Petra Broomans, wilde aardbeien, 01-02-2006
Nawoord bij Konijnenhemel
Petra Broomans
wilde aardbeien, 01-02-2006

[..]

De verhalenbundels Rit (Rite, 1991) en Den förunderliga kameleonten (De wonderbaarlijke kameleon, 1995), waaruit de hier vertaalde verhalen zijn geselecteerd, zijn belangrijke teksten in de ontwikkeling van Edelfeldts oeuvre.
[..]
De eerste zes verhalen komen uit Rit. In deze verhalen staan veel personages op de drempel van de volwassenheid en er worden daarmee verwante thema's zoals het ontwaken van seksualiteit en het zoeken naar de eigen identiteit uitgewerkt. De wereld van de volwassenen wordt als iets dreigends gezien, als iets wat niet per se mooi hoeft te zijn, iets waarnaar het kind moet verlangen, iets waarnaar het kind niet hoeft te verlangen. De eerste conflicten tussen ouder en kind worden uitgevochten.

In de eerste novelle 'Op de kaalslag' is de dochter er getuige van dat haar moeder in een krijsende en schreeuwende heks verandert als ze haar op een vroege ochtend stiekem het bos in volgt. De metamorfose van haar moeder vervult haar met angst. Het meisje beziet haar moeder met andere ogen, ervaart haar als een ander wezen: 'Is dat moeder, die vrouw daar?' De confrontatie met de wereld van de volwassenen, waarbij haar eigen ontwakende seksualiteit een rol speelt, is voor de dochter een ingrijpende gebeurtenis, een soort rite de passage. Ook in 'Zomer' gaat het om de ontluikende seksualiteit van een dochter die haar moeder ziet veranderen als een gewonde man in huis komt en verzorgd moet worden.

In de verhalen 'Bibbedi Babbedi' en 'Spoken' zijn de dochters wat ouder. In 'Bibbedi Babbedi' is de hoofdpersoon een bewust ongehuwde jonge moeder die uit angst om gek te worden haar belevenissen opschrijft. De verhouding met haar eigen moeder lijkt op die uit Kamalas bok. Ook deze dochter kampt met de verwachtingen die de moeder van haar heeft en waaraan ze niet kan voldoen. De lichte toon doet op het eerste gezicht denken aan de op dit moment zo populaire chick literature, ervaringsboeken voor, door en over jonge vrouwen, waarvan de Bridget Jones-dagboeken een mooi voorbeeld zijn, maar is in feite een bezweringstekst om de waanzin te verdrijven.
Het voortdurende gebabbel van haar dochtertje, dat vaak in schreeuwen overgaat en in de tekst met hoofdletters wordt geaccentueerd of klanknabootsend weergegeven, 'wie zingt daar, het is de KAT, wie zingt daar, het is Onica. ONICA, ONICA, ONICA, ONICA, ZINGT, ZINGT, ZINGT, ZINGT. Mama akker nu?' en 'Bibbedibabbedibabbedi BIBBEDI, babbelabbadi, BIBIDA, BAA', drijft haar soms tot waanzin.

'Spoken' gaat over twee lesbo's, de ik-persoon en Seija, die samenwonen. De moeder van Seijakomtop bezoek uit Finland en weet niet dat ze meer dan gewone vriendinnen zijn. De ik
persoon is teleurgesteld dat Seija haar coming-out steeds maar uitstelt en vluchtweg. Ze belandt op een zolder en blijft daar een tijd. Ze wordt 'bezocht door de spoken' (haar verleden) en de herinnering aan haar 'eigen sprookje, mijn scheppingsverhaal' dringt zich aan haar op. Hoe ze ooit werd wie ze eigenlijk was, een wild dier, een vreemdeling. Het is een pijnlijke herinnering aan de tijd dat ze ging beseffen dat ze lesbisch was, omdat haar eerste liefde haar als een gewone vriendin beschouwde en haar gevoelens nooit kon beantwoorden.

In 'Voor Marie Claire' is een jonge man, een travestiet, de verteller. Hij wil zich geen prins voelen maar een prinses, en krijgt op gezette tijden de behoefte om zich als de grenzeloze en allesoverheersende Marie Claire te kleden en op te maken. Als hij weer eens Marie Claire is, staan zijn twee beste vrienden voor de deur en moet hij zich weer snel in de jongen transformeren die iedereen kent.

'Natuur' is weer een andere soort novelle. In dit verhaal experimenteert Edelfeldt met het vertel perspectief. Het vertelperspectief ligt beurtelings bij de vader die zijn dochter moet vertellen dat zijn vriendin Anna een baby van hem verwacht, en bij tienerdochter Mikaela die niets van deze nieuwe vriendin, laat staan van een krijsende baby, wil weten. Mikaela worstelt met haar identiteit. 'Dat "ik", dat raadsel dat zo vreemd en ijselijk was dat alleen al de gedachte eraan alles ondersteboven keerde.' Ze zou het landschap willen binnengaan, 'een wolk, een steen, een krekel' willen worden, en vraagt zich af of ze haar lichaam is of haar gedachte. Haar vader ziet haar broosheid door haar afwerende houding heen, maar kan haar niet bereiken. De novelle gaat over verlies: een moeder die is weggegaan, een dochter die onbereikbaar is geworden.

De andere zeven verhalen komen uit Den förunderliga kameleonten en ook hier is verlies een belangrijk thema. In het ontroerende' Konijnenhemel' probeert een dertienjarig meisje de dood van haar moeder een plaats te geven. Het lukt als ze de geest van haar moeder op een verlaten nevelige weide vol met konijnen vindt. In deze wonderbaarlijke konijnenhemel vindt het meisje troost. In 'Roofdierwind', de pendant van 'Konijnenhemel' , moet een moeder de plotselinge dood van haar tienerdochter Ina verwerken. Ze vindt uiteindelijk een vorm van overleven door van Ina's oude kleren een lappendeken te maken en die als hij af is aan de roofdierwind te offeren. Net als de moeder in 'Op de kaalslag' zoekt ze een plek op, een verlaten stuk strand, om haar verdriet uit te schreeuwen.

Ook de verhalen 'Belle en het beest' en 'Zilver' kunnen als een tweeluik gezien worden. De hoofdpersonen zijn jonge meisjes die op de drempel van de volwassenheid staan en daar op een verschillende manier mee omgaan. In 'Belle en het beest' gaat een stel meiden uit Stockholm op stap. Net als de jongens in een ander stadsverhaal, 'Diefstal' van Jan Sonnergaard (in Radiator. Stadsverhalen, eveneens uitgegeven door Wilde aardbeien), beleven ze allerlei avonturen en hebben ze lak aan alle anderen. Ze pesten een zwerversvrouwtje dat ze het 'Slangenwijf' noemen. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een van de meiden, Leila. Ze schrikt als ze destructieve gedachten in zich voelt opkomen om het Slangenwijf te vernietigen. 'Het voelde alsof zij, Leila, er niet meer was. Iemand anders was naar voren getreden en had haar opzij geschoven alsof ze slechts een gordijn was.' Is de destructiviteit in 'Belle en het beest' op een ander gericht, in 'Zilver' is er sprake van zelf destructie. De ik-persoon heeft zich afgezonderd van haar ouders en vrienden, door wie ze zich in de steek gelaten voelt, en vat op een gegeven moment het plan op alles zilver te spuiten, inclusief een zielig gemankeerd varkentje dat ze heeft ontdekt. Ze ziet ervan af om het varkentje te verzilveren, maar verzilvert zichzelf, een metamorfose die wel eens dodelijk zou kunnen zijn. De zelfdestructieve daad kan geïnterpreteerd worden als een streven naar identiteitsloosheid. 'Zilver heeft geen geslacht, geen leeftijd, zelfs nauwelijks een nationaliteit. Zilver is slechts een met de energie, met de stroom, met de vrijheid.'

In het korte 'Uitstapje' zien we een vergelijkbare wisseling van identiteit als in Kamalas bok. Hier maakt een volwassen vrouw die een gezin heeft een uitstapje terug in de tijd, naar haar oude school waar ze blijkbaar zo is gepest dat er een kleine geelwitte hond in haar huist. Het ritueel van teruggaan in de tijd heeft ze blijkbaar nodig om in het normale leven te kunnen functioneren. De langste novelle in deze bundel is 'Een onbewoonbaar huis'. Ook hier is er sprake van wisseling van identiteit, maar wel een heel bijzondere. De ik-persoon deelt haar ziel met haar tweelingzus (ze waren als een Siamese tweeling ter wereld gekomen en als baby gescheiden) en kan dus alles meemaken, horen, zien wat haar zus meemaakt, hoort en ziet. Het desastreuze gevolg is dat ze voor altijd tot een geestelijke symbiose zijn veroordeeld en nooit een relatie met een ander kunnen opbouwen. In de laatste novelle 'De wonderbaarlijke kameleon' wordt een conflict uitgevochten tussen een moeder die door haar man voor een veel jongere vrouw is verlaten, en haar puberende dochter. De moeder wil voor het eerst weer eens naar een feest, maar omdat haar dertienjarige dochter bang is en wil praten, maar haar ook kwetst door te zeggen dat haar vetkwabben goed in haar feestjurk uitkomen, blijft ze thuis. Na gepraat te hebben valt de moeder in slaap en droomt van een schitterende kameleon. Ze wordt door haar dochter wakker gemaakt omdat ze hard lachte. 'Het was bijna griezelig, het was alsof…' Net zoals in 'Op de kaalslag' maakt de dochter kennis met een onbekend, schrikaanjagend deel van de persoonlijkheid van haar moeder. Ze kan er geen woorden voor vinden.

[..]

Bovenstaande delen uit het nawoord zijn overgenomen met toestemming van de uitgever

 

email

contact

wie ben ik