Sirkka Turkka: De hond zingt in zijn slaap. Een keuze uit de gedichten

Titel: De hond zingt in zijn slaap. Een keuze uit de gedichten
Oorspronkelijke titel: bloemlezing Turkka, 0
Vertaald uit het Fins door: Adriaan van der Hoeven
Genre: poezie
Uitgever: De Bezige Bij, 2005
ISBN13: 978-90-234-1699-9ISBN: 9789023416999

Met een nawoord van Tonus Oosterhoff


Flaptekst / Beschrijving

Sinds haar debuut heeft Sirkka Turkka een tiental bundels gepubliceerd waarmee ze is gaan behoren tot de belangrijskte Scandinavische dichters van het moment. In haar uiterst persoonlijke poëzie, die zowel krachtig is als melancholiek, doet zij denken aan Fritzi Harmsen van Beek en Wyslawa Szymborska. Turkka is een dichteres die wars is van modes en conventies. Het uitgestrekte landschap en de woeste natuur spelen in haar gedichten een grote rol, net als paarden, honden en wolven die in haar wereld een speciale, haast mythische plaats vertegenwoordigen. Vrijheid van geest is wellicht een van de meest karakteristieke eigenschappen van Turkka's poëzie. Haar taal heeft een onderkoeldheid die elk sentiment verre van zich houdt, maar paradoxaal genoeg juist een grote nabijheid oproept. Met onvoorspelbare en vaak ook absurdistische en humoristische beschrijvingen treft ze de lezer recht in de ziel. Een belangrijke stem in de wereldpoëzie voor het eerst in Nederlandse vertaling, met een nawoord door Tonnus Oosterhoff.

Sirka Turkka lijkt soms meer warmte en begrip te voelen voor dieren dan voor mensen. Mensen kunnen aanmatigend zijn en – waarschijnlijk veel belangrijker – mensen kunnen je in hun liefde en liefdeloosheid beschadigen. Enige afstand is gepast. Uit zelfbescherming. ‘Ik geef het verdriet geen ruimte, laat het niet dichtbij komen’, schrijft ze – ongetwijfeld op een moment dat het al te laat is. De bundel waarin deze regel staat opent met de zin: ‘Brieven beantwoord ik nooit, laat staan dat ik uit mezelf een briefwisseling zou beginnen. Het loont de moeite niet, kost alleen maar energie.’ Een dichter die niet de moeite neemt om te schrijven? En al die gedichten dan waaruit verlangen en gemis spreken, en verdriet niet te vergeten. Poëzie is er uiteindelijk om gelezen te worden. Hier wordt de paradox zichtbaar van iemand die in poëzie haar diepste gevoelens en twijfels uit, maar mensen die haar nastaan op een afstand lijkt te willen houden. ‘Ik ben een volledig zonnestelsel, ik ben nergens van afhankelijk, als ik dat wil.’ Die onafhankelijkheid is wellicht een van de meest karakteristieke eigenschappen van Turkka’s poëzie. Sinds haar debuut in 1973 met Huone avaruudessa (‘Een kamer in de ruimte’) heeft ze meer dan tien dichtbundels gepubliceerd, waarmee ze zich een heel eigen plaats in de Finse literatuur heeft verworven. Erkenning heeft ze ook gekregen: in 1987 ontving ze de Finlandiaprijs voor de bundel Tule takaisin, pikku Sheba (‘Kom terug, kleine Sheba’) en vorig jaar voor haar hele oeuvre de Eino Leino-prijs. Makkelijk in te passen in stromingen en ontwikkelingen is ze niet. Haar geluid is heel eigen. Haar taal heeft een natuurlijkheid, directheid en onderkoeldheid die elke literaire aanmatiging en vals sentiment verre van zich houdt, met het gevolg dat de afstand die ze op het eerste gezicht schept, ten slotte juist nabijheid oproept. Turkka heeft beroepsmatig veel met paarden, maar ook met andere dieren gewerkt. Die bereik je niet met mooie woorden, maar die benader je direct en oprecht vanuit je gevoel. Veinzen werkt niet. Zo’n houding spreekt ook uit haar poëzie. Het zou me niet verbazen als ze elk nieuw gedicht eerst voorleest aan haar dieren. (bron: Adriaan van der Hoeven op de website van Poetry International)

Recensies


over ons