Verzamelbundels IJslands: Moordliederen. Moderne IJslandse poëzie
- Boekinfo
- Flaptekst
- Recensies
Boekinfo
Oorspronkelijke titel: meerdere titels (IJ),
Vertaling: Kim Middel en Roald van Elswijk, 2007
Uitgever: Wilde Aardbeien
ISBN-10: 90-76905-23-1
ISBN-13: 978-90-76905-23-5
Flaptekst

IJsland prikkelt bij velen de verbeelding. Land van vuur en ijs, van geisers en vis. In de afgelopen twee decennia werd relatief veel IJslands proza vertaald in het Nederlands. De poëzie van het sagaeiland mocht volgens de samenstellers van Moordliederen. Moderne IJslandse poëzie niet achterblijven.
In deze bloemlezing wordt werk gepresenteerd van vijf IJslandse dichteressen: Vigdís Grímsdóttir (1953), Ingibjörg Haraldsdóttir (1942), Gerður Kristný (1970), Steinunn Sigurðardóttir (1950) en Sigurbjörg Þrastardóttir (1973). De dichteressen en hun werk vertegenwoordigen zowel de oude als de nieuwe stem in de IJslandse poëzie, van het tijdperk van de Atoomdichters uit de jaren 1950 tot nu. Ook in thematiek verschillen deze gedichten: zo vinden we erotiek in het werk van Grímsdóttir, breekbaarheid bij Haraldsdóttir en humoristische beelden bij Þrastardóttir.
De gedichten in deze bundel zijn een afspiegeling van het brede spectrum van de hedendaagse poëzie van IJsland: divers, intens en met een bijzondere, aansprekende beeldspraak. Soms confronterend, soms verfrissend. Maar altijd inspirerend.
Moordliederen. Moderne IJslandse poëzie is de eerste bloemlezing van IJslandse poëzie die verschijnt in het Nederlandse taalgebied. De bundel werd samengesteld door Roald van Elswijk en Kim Middel.
Recensies
- Probeer aan roomijs te denken - Erik Jan Harmens, De Groene Amsterdammer, 26-10-2007
- Gedichten over gletsjers en ongeklopte room - Maria Barnas, de Volkskrant, 18-05-2007
- Bloemlezing vol frisse poëzie uit IJsland - Joep van Ruiten, Dagblad van het Noorden, 20-04-2007
- Nawoord bij Moordliederen - Roald van Elswijk, wilde aardbeien, 01-02-2007
wilde aardbeien, 01-02-2007
IJsland prikkelt bij velen de verbeelding. Land van vuur en ijs, geisers en vis en van de zangeres Björk. Land met een eeuwenoude traditie van mondelinge literatuur, waarvan de Edda en de beroemde Oudijslandse saga’s de belangrijkste zijn. Vandaag de dag is IJsland het land met het grootste aantal gepubliceerde boeken per hoofd van de bevolking.
De afgelopen decennia zijn er relatief veel vertalingen van IJslandse literatuur verschenen, ook in Nederland. In de afgelopen vijftien jaar verschenen onder meer romans van Nobelprijswinnaar Halldór Laxness en van Einar Kárason, Einar Már Guðmundsson, Kristín Marja Baldursdóttir, Steinunn Sigurðardóttir en Sjón in het Nederlands. In het kielzog van de hernieuwde interesse voor de Scandinavische misdaadliteratuur is inmiddels een aantal detectives vertaald, waaronder van Arnaldur Indriðason, Yrsa Sigurðardóttir en Árni Þórarinsson.
De poëzie van het sagaeiland mocht volgens de samenstellers van deze bundel niet achterblijven. In deze bloemlezing wordt werk gepresenteerd van vijf dichteressen uit IJsland, grotendeels voor de eerste keer in Nederlandse vertaling. Het betreft Vigdís Grímsdóttir (*1953), Ingibjörg Haraldsdóttir (*1942), Gerður Kristný (Gerður Kristný Guðjónsdóttir, *1970), Steinunn Sigurðardóttir (*1950) en Sigurbjörg Þrastardóttir (*1973). Deze dichteressen debuteerden tussen 1974 en 1999 en vertegenwoordigen zowel de oude als de nieuwe ‘stem’ in de hedendaagse IJslandse poëzie.
Sinds een aantal decennia waait er een frisse wind door de poëzie van IJsland. Er worden nieuwe onderwerpen aangeboord en er wordt naar vernieuwende vormen gegrepen. Oudere IJslandse poëzie wordt doorgaans gekenmerkt door traditionele thema’s en refereert vaak aan de sagaliteratuur, nog steeds een belangrijk ijkpunt, en bedient zich van een vaste vorm. Vanaf de jaren veertig van de 20e eeuw raakten IJslandse dichters steeds meer beïnvloed door contemporaine stromingen in de wereldliteratuur. Dit leidde tot twee ‘revoluties’ binnen de moderne IJslandse poëzie, twee kenteringen binnen de ooit zo vormvaste poëzie.
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog kwam onder invloed van het modernisme een debat op gang over wat het begrip ‘poëzie’ precies inhield. Tot die tijd werd alleen IJslandse poëzie met eindrijm, op de sagaliteratuur geïnspireerde metriek en met alliteratie als volwaardige poëzie beschouwd. In de jaren veertig en vijftig werden de modernistische tendensen in de wereldliteratuur bij de jonge IJslandse poëten zichtbaar. Deze dichters zouden later collectief bekend worden als Átómskáldin (de Atoomdichters): een aanduiding ontleend aan een onsympathiek personage uit een roman van Halldór Laxness. Met ‘Atoomdichters’ wordt niet zozeer gedoeld op dichters met gemeenschappelijke, stilistische karakteristieken, als wel op álle niet-traditionele dichters uit deze periode. Enkele belangrijke Atoomdichters zijn Einar Bragi (*1921), Stéfan Hörður Grímsson (1919-2002) en Sigfús Daðason (1928-1996). Hoewel de Atoomdichters ervoor kozen te breken met vorm en metrum van de oude poëzie, bleven hun thema’s relatief traditioneel. Hun werk zou evenwel zeer invloedrijk blijken en ook latere dichters inspireren. Pas vanaf de jaren zeventig zou de IJslandse poëzie ook in thematiek meer gaan aansluiten bij de wereldliteratuur.
[..]
(Het nawoord vervolgt met een introductie per dichteres.)
Dit eerste gedeelte uit het nawoord is overgenomen met toestemming van de uitgever.

